White Smiling Beauty

Over een logeetje, een lammetje die zijn moeder kwijt is en het gewonde vrouwtje Maya na een wilde achtervolging...

Mike, het zoontje van Maya's zus samen met Ayla                 Nog een keer Mike met Ayla

Onlangs hebben we voor het eerst een kinderlogeetje in huis gehad.
Dat was Mike.
Mike is het kindje van vrouwtjes zus en is nu bijna twee jaar.
Er wordt altijd beweerd, dat men een kind (en zeker een kind van twee) nooit alleen met een hond mag laten. Nu, ik denk dat hier zeker een kern van waarheid in zit.

’t Vrouwtje moest echt een paar keer goed duidelijk maken aan de kleine hummel, dat je niet op een Sam mag hangen, niet een Samojeed met een speelgoedtractor op zijn snoet mag slaan, niet op zijn Sammenpootjes moet gaan staan, niet anderszins ruw mag doen enz. Lief van het vrouwtje hè dat ze ons zo beschermde? Het was echter een aardig en pienter kereltje en nadat het vrouwtje dit goed duidelijk had gemaakt, begon hij ons telkens te aaien. Ach……wij snappen wel dat alles nog wat ongecoördineerd bij zo’n mannetje van twee gaat en dat hij evenals een pup veel moet leren. Wij hebben veel geduld met kinderen en waren dan ook juist heel voorzichtig met Mike. Als Mike met zijn speelgoed op de grond speelde (waar wij alleen aan hebben geroken en niet één keer hebben gepakt), dan gingen wij er bij liggen. Als ik met Anouk achter elkaar aan hollertje speelde, dan ging Mike weer achter mij aanrennen en schaterde het uit. Wij zorgden er dan wel voor, dat we Mike niet onderste boven liepen of omduwden. Als Mike een balletje of een ander speeltje van ons weggooide, dan haalde ik het voor hem op en hij mocht het dan gewoon van mij afpakken, of ik legde het voor zijn voeten neer. Het vrouwtje vond dat ik heel voorzichtig was en als Mike ons iets lekkers gaf, dan nam ik dat heel voorzichtig aan. We mochten zelfs een patatje van hem en de restjes van zijn Danoontje oplikken, zonder dat het vrouwtje dit had gezegd. Wij vonden Mike dus erg lief en demonstreerden dit veelvuldig door hem zo nu en dan een lik te geven. Anouk ging zelfs zover, dat ze hem telkens haar pootje aanbood. Toen Mike op bed moest, moest hij echter erg huilen. Anouk kan hier echter niet tegen en daarom sprintte ze de trap achter ons op naar boven (’t vrouwtjes commando om beneden te blijven werd in tegenstelling tot anders totaal genegeerd), want ze moest die kleine ukkepuk gewoon gaan troosten (lik lik lik). Toen Mike weer stil was, werd Anouk ook rustig en ging weer naar beneden. Het vrouwtje wist wel, dat we dol op kinderen waren, maar ze was nu helemaal hondentrots op ons, omdat we zo lief voor Mike waren geweest en zo goed op hem hadden gepast. Wij zijn dus dol op kinderen, maar ook op dieren, wat duidelijk wordt bij het verblaffen van de volgende twee avonturen.

Toen we onlangs op één van de eerste zwoele voorjaarsavonden nog een ommetje maakten (omdat het overdag veel te warm was), beleefden we iets merkwaardigs met een lammetje wat we tegen het lijf aanliepen in het Jelsummer bos. Het lammetje kwam huppelend en blatend naar ons toe en naderde ons tot op zo’n twee meter. Het was ontsnapt uit een nabijgelegen weiland. Het kwam niet dichterbij, want steeds als het lammetje ons tot op die paar meter genaderd was, dook Anouk in de speelhouding, waar het lammetje van schrok en daardoor een paar meter terug deinsde. Toch bleef het maar op ons toekomen en toen we de boer wilden waarschuwen, liep het zo mak als een lam, maar wel onophoudelijk blatend, met ons mee. De boer vertelde ons even later, dat het die dag zijn moeder had verloren en dat hij daarom zijn moeder zocht en die in Anouk en mij dacht te hebben gevonden. En geef zo’n jong ding nu eens ongelijk. Wij zijn toch net zo wit (terwijl mijn persoonlijke mening is dat we nog veel witter zijn) als een schaap en ook kan er net als met de wol van zijn moeder met onze vachtharen worden gesponnen.

Het tweede avontuur liep niet zo goed af (voor het vrouwtje). Dit avontuur beleefden we enkele weekjes later in het Leeuwarder bos. Toen het vrouwtje zag dat in de verte een poes een moederfazant met jongen lastig viel, begon het dierenhart van vrouwtje heftig te bonken en we liepen daarom zo snel als onze Sammenpootjes ons konden dragen naar de plek des onheils. De meeste katten hebben namelijk nu éénmaal de neiging om op de vlucht te slaan als er een paar hollende honden en een roepend en krijsend mens op hen afkomen. Het plannetje om de poes zo te verjagen slaagde, alleen was onze reddingspoging net ietsje te laat. Eén van de jongen deed namelijk nog een laatste stuiptrekking en was dood. Het vrouwtje vergat op dat moment even dat Anouk en ik toch echt nog heel veel oerinstincten in ons bloed hebben en dat we bij het zien en ruiken van het dier (wij noemen dat een prooi) helemaal over de witte gaan! Anouk pakte de fazant meteen in haar bek, ondanks de protesten, geboden en commando’s die het vrouwtje vervolgens over haan heen liet komen. Ik wilde die fazant echter natuurlijk ook wel even vasthouden en proeven. Doordat wij helemaal door het dolle heen waren, renden we wild door elkaar en om elkaar heen en wilden we al helemaal niet meelopen met het vrouwtje die uit alle macht aan de riemen trok. Het vrouwtje had echter een korte broek aan en het nylon touw van de 4 meter lange riemen sneed toen een aantal keren diep boven, onder en in haar knieholtes. Wij hoorden haar uitroepen van pijn echter niet, omdat wij de fazant veel interessanter vonden. Toen ze ons eindelijk had weggetrokken sijpelde het bloed van haar benen. Toen kreeg ik pas door wat we hadden gedaan, want ik rook geïntrigeerd aan haar knieholtes en bespeurde al gauw, dat het vrouwtje haar benen er normaal gesproken anders uitzagen en een andere geur hadden. Dit speet me wel een beetje, maar dit was ik gauw weer vergeten, want we hadden een nieuw fazantenspoor ontdekt. Toen we dit spoor zo’n kleine honderd meter hadden gevolgd (het vrouwtje kon ons maar nauwelijks bijhouden), hadden we de fazant opgespoord, maar het is en blijft jammer, dat een Samojeed niet met vleugels is geboren, zodat de grote vogel het vege lijf kon redden door simpel weg te vliegen. Het heeft echter wel twee weken geduurd voordat de wonden van het vrouwtje dicht waren. Dit weet ik, omdat ik elke keer als ze de korte broek weer aan had even rook aan haar knieholtes hoe het er met het genezingsproces voor stond. Ik wist gewoon dat het anders dan anders was. Toen de wonden eindelijk dicht en genezen waren, heb ik er een paar keer goed overheen gelikt, als een soort pleister op de wonde. Er zijn ook honden die kanker op kunnen sporen. Het vrouwtje zet mij nu helemaal op een voetstuk en denkt nu, dat ik dit ook wel zou kunnen leren.

Maar goed, genoeg geblaft voor vandaag. Het vrouwtje pakt de riemen, want we gaan op visite bij baasjes vader en moeder. Daar krijgen we altijd een lekker kluifje en misschien is Daisy, het hondje van baasjes broer er ook wel, zodat we een spelletje kunnen doen of lekker kunnen ravotten op het gras!!!!!

                Wordt vervolgd..........

Copyright © 2003 - 2009 Maya Paulusma Voor meer informatie kunt u mailen naar:

whitesmilingbeauty@planet.nl